Naar aanleiding van Ward Bauwens' mooie resultaten op de Flanders Swimming Cup verzochten we hem om een interview : "een nieuwe club doet wonderen"
Donderdag 4 februari, 18.50u, Wezenbergzwembad, Antwerpen. Ward Bauwens k omt de kleedkamer uit, nogal zwaar geladen met een doos vol sportdrankpoeder onder de arm. Gelukkig herken ik hem ook zonder badmuts. Veel tijd voor een interview heeft hij niet. Sinds september woont hij in bij de familie Verhaegen en Jasmijns moeder komt het tweetal zo dadelijk met de wagen ophalen. Maar voorlopig ligt Wards huisgenote nog in het bad, dus we hebben wel de tijd om even naar de cafetaria te verhuizen. Als ik Ward vraag hoe de training was, klinkt hij gretig. “Het was zwaar. Na de Diamond Swimming Race hadden we een rustweek gekregen, waarin er totaal niet werd getraind. Daarom moesten we er vandaag wat terug in komen. De spieren deden flink pijn.” En waaruit bestond zo’n inlooptraining dan wel? “Het was een vrij gewone training, van 5,5km, met wat techniekstukjes erin, een armenset, wat sprintjes in het begin... Maar het was geen uitzonderlijk zware set.”16 januariEven recapituleren. Op zaterdag 16 januari 2010, de eerste dag van de Flanders Swimming Cup, zwom Ward Bauwens op de 1500m vrije slag een tijd die iedereen verbaasde, inclusief zichzelf. De chrono bleef toen stilstaan op 15.32.18. Daarmee werd hij tweede, na de Amerikaan Peter Vanderkaay. Met zijn tijd bleef Ward een dikke 20 seconden onder zijn vorige besttijd (15.52.03), gezwommen in mei 2009. “Die tijd was toen eigenlijk al verschrikkelijk snel en gewoon… waw!”Wat betekent zo’n tijd nu eigenlijk voor een (nog net geen) zeventienjarige? Wat vergelijkingsmateriaal kan het een en het ander in perspectief plaatsen. Tom Vangeneugden, de huidige Belgisch recordhouder op dit nummer, haalde in het jaar waarin hij zeventien werd (2000) 16.07.24 als persoonlijke besttijd. Ook Brian Ryckeman en de huidige Nederlandse recordhouder Job Kienhuis doken op zeventienjarige leeftijd nog niet onder de 16 minutengrens. Met zijn op de Flanders gezwommen tijd zou Ward vorige zomer op het EYOF overtuigend hebben gewonnen. Moest hij dezelfde tijd vorig jaar op de EJK in Praag hebben gezwommen, zou hij zevende zijn gefinisht in de finale.Op dezelfde Vlaamse kampioenschappen zette Ward ook een EJK-limiet neer op de 400m vrije slag. Hoe vallen die goede prestaties te verklaren? “Nieuwe trainer, goede begeleiding, mentaal ging het goed, fysiek ging het goed, de techniek ging goed. Ik denk dat dat allemaal samen viel en dat het daarom zo goed was.”BraboEen nieuwe trainer, inderdaad. Sinds september is Ward lid van de Antwerpse fusieclub Brabo. Hoe kwam hij daar eigenlijk terecht? “Tot het einde van het schooljaar 2008-2009 studeerde ik op de topsportschool in Wilrijk. Maar op studiegebied betekende die school wel een opgave. Het studieniveau lag er immers nogal laag. Na één schooljaar wou ik mijn onderwijs niet meer zulk geweld aandoen. Ik ben toen beginnen uitkijken naar andere oplossingen en quasi de enige mogelijkheid om toch nog onder een toptrainer te zwemmen, was Brabo.” Was het dus echt niet op verzoek vanuit Antwerpen dat Ward bij Brabo terechtkwam? “Goh, Ronald had vorig jaar op de Vlaamse kampioenschappen al lachend ook wel al eens een balletje opgeworpen. Zo van: wat zou je denken van een rood-wit trainingspak?”Ward voelt zich uitstekend bij Brabo. De basis die bij AST werd gelegd door Michael Bahnmüller en Sabine Pauwels, met een doorgedreven aandacht voor techniek, wordt nu verder ontwikkeld en verfijnd door Ronald Gaastra. “In Aalst kon ik niet veel trainen. We hadden daar geen ochtendtrainingen. Het zwembad was nog niet open voor schooltijd.” Sinds de topsportschool is het trainen veel intensiever geworden, maar het evenwicht tussen rust en belasting lijkt goed te worden gehandhaafd: “Uiteraard wegen die ochtendtrainingen zwaar door, maar het blijft met mate. Het voelt gewoon goed aan. Superveel kilometers, zoals doorwinterde langeafstandszwemmers, doe ik nog niet. Dat is misschien voor later, als ik meer kan rusten. Ik pin me trouwens nog niet al te veel vast op die lange nummers. In Brabo train ik gewoon mee met de groep van de middellange afstand.” (in de club bestaat er ook een sprintgroep, K.S.) Sinds september is Ward ook met krachttraining begonnen. “Momenteel is het nog stilletjes opbouwen. Binnen twee jaar zal de krachttraining al een stuk meer zijn.”OffersDe tijd die Ward Bauwens, een geboren Aalstenaar, nog in het ouderlijk huis doorbrengt, is miniem. “Vanaf zaterdagmiddag 14u tot zondagavond 19u ben ik in Aalst. Maar in drukke wedstrijdmaanden, zoals nu in januari, kan het zijn dat ik in drie opeenvolgende weken niet thuiskom.” Na bijna twee schooljaren in de Scheldestad klinkt Ward dan ook al behoorlijk Antwerps. Beetje bij beetje zijn de Oost-Vlaamse klanken plaats aan het ruimen voor een sinjorengeluid. “Als ik thuis ben, zegt men inderdaad vaak dat ik niet zo Antwerps mag spreken.” Maar het verliezen van een accent is uiteraard slechts de minst ingrijpende ‘opoffering’ voor de topsport. Een sociaal leven bijvoorbeeld, is daar nog tijd voor? “De meest van mijn vrienden zijn in ieder geval zwemvrienden en echt afspreken kan ik met hen niet doen. Ik zie ze natuurlijk wel af en toe op wedstrijden. Tijdens een rustperiode, zoals afgelopen week, kan ik hen natuurlijk wel eens gaan opzoeken.”“Soms denk ik wel eens: pff, altijd in dat water? Wat zou ik doen moest ik niet zwemmen? Maar een ervaring zoals nu op de Vlaamse kampioenschappen, zorgt ervoor dat ik nog meer wil. Ik zou me geen leven zonder zwemmen kunnen inbeelden. Als ik een dag eens niet zwem, voel ik me trouwens nogal tam.”Een gemiddelde dag van Ward Bauwens:5.30u: de wekker gaat5.40u: ontbijt, maximum één kop cornflakes5.45u: in de auto, van Kapellen naar Antwerpen6.05u: aankomst in Wezebergzwembad6.15u: in bad, banen leggen en trainen tot 8u
8u: met de fiets naar school. Soms in slaap vallen tijdens de les16.10u: met fiets naar het zwembad16.30u: begin van de opwarming17u-19u: training19u: naar huis20u: eten20.30u: studeren en slapen (soms pas om 22.30u)WatergevoelWat maakt Ward Bauwens nu tot een goede zwemmer? Zelf kan hij daar niet zo goed op antwoorden. “Ik ben niet zo groot, ik ben eigenlijk ook niet zo gespierd. Ik heb geen supergrote voeten of handen. Ik denk dat mijn watergevoel wel heel goed is. Ik wil er ook steeds voor gaan. Het hard zwemmen zelf ligt me uitstekend. Mijn keerpunten kunnen wel nog een stuk verbeteren. Op training lukt dat wel goed, maar ik denk dat ik op wedstrijden iets te snel ga. Ik heb iets te weinig adem voor ik onder water ga. Daardoor kom ik vaak iets te snel boven water of kom ik ademen tijdens de eerste slag na het keerpunt. Mits er wat op te trainen, komt dat wel in orde.” ‘Watergevoel’ lijkt inderdaad de beste kwaliteit te zijn van Ward Bauwens. Nu de nieuwe (oude) pakken terug zijn van weggeweest, nu ‘core stability’ en ligging op het water weer cruciaal worden voor het neerzetten van goede prestaties, komt die kwaliteit zelfs nog beter tot uiting. “Aangezien ik niet gespierd en niet groot ben, was ligging op het water altijd al mijn goed punt. Dus eigenlijk ondervind ik geen hinder van de overschakeling naar broekjes. Ik voel zelfs dat het meer zwemmen is nu. Die lange broeken voelden bij de keerpunten niet echt vlot aan, terwijl die broekjes heel soepel zitten. Natuurlijk is er nu wel wat meer verzuring. Het komt er weer terug op aan hoe je in vorm bent.”HelsinkiVoor moest het nog niet duidelijk zijn: Wards seizoen staat volledig in het teken van de Europese Jeugdkampioenschappen die van 14 tot 18 juli doorgaan in de Finse hoofdstad Helsinki. Het wordt zijn tweede deelname aan een groot internationaal toernooi. Vorig jaar nam hij deel aan het EYOF in Tampere (eveneens in Finland), waar hij achtste werd in twee finales (400m en 1500m vrije slag). “Tampere viel toch wel wat tegen. Als ik nu, in het begin van het jaar, opeens zoveel rapper zwem, wil dat toch zeggen dat er iets mis was met het in vorm zijn, de trainingen en de voorbereidingen.”Over Helsinki is hij realistisch. “Ik ben eerstejaars, dus er zijn er altijd die een jaar ouder zijn. Ik ga er gewoon zonder veel stress naartoe proberen gaan en zien wat ik kan.” Het traject richting EJK ziet er als volgt uit: “Ik denk dat er de komende dagen nog wat uithoudingstrainingen op het programma staan. Volgende week vrijdag vertrekken we met de kernploeg van Brabo op stage naar Tenerife voor negen of tien dagen. Daarna denk ik dat we nog naar de Amsterdam Swim Cup gaan pieken. We zwemmen ook de Belgische kampioenschappen mee. Daarna zal het snel juli zijn.” |